Bijna dertig jaar na de oorspronkelijke release is The Legend of Zelda: Ocarina of Time nog altijd een van de meest geliefde games ooit.
Maar hoe goed houdt deze Klassieker zich staande wanneer je hem in 2026 opnieuw speelt? En misschien nog belangrijker: heeft deze game daadwerkelijk een remake nodig?
Een game die zijn tijd ver vooruit was
The Legend of Zelda: Ocarina of Time verscheen zo’n 28 jaar geleden voor de Nintendo 64 en wordt door velen gezien als een Klassieker (en nee, die hoofdletter K is bewust).
Het was namelijk de allereerste 3D-Zelda-game. Dat weerhield Nintendo er niet van om de lat voor 3D-actie-avonturengames ontzettend hoog te leggen. Niet alleen grafisch wist de game indruk te maken, ook de muziek en het verhaal wisten je vanaf het begin mee te slepen. Het voelde alsof je pas los kon laten wanneer de aftiteling over het scherm rolde.

Nostalgie is niet altijd je beste raadgever
Ik voel me al behoorlijk oud wanneer ik bedenk dat ik het origineel destijds vol trots bij de Intertoys kocht voor 169 gulden (bijna 77 euro?!). Toch merkte ik tijdens het opnieuw spelen dat de game een stuk minder soepel aanvoelt dan ik me herinnerde.
Dat heeft natuurlijk alles te maken met de tijd waarin de game verscheen. De hardware van toen, en dan met name de controller, is inmiddels behoorlijk achterhaald. De Nintendo 64-controller was destijds een flinke evolutie ten opzichte van de SNES-controller. Hij was een stuk groter, had een extra grip aan de achterkant en beschikte over meer knoppen.
Wanneer je die controller echter vergelijkt met de exemplaren die we tegenwoordig gebruiken, valt één ding meteen op: een tweede analoge stick ontbreekt. Die gebruiken we tegenwoordig onder andere om de camera te bedienen en nauwkeuriger te kunnen richten.
Nintendo moest destijds dus met een andere oplossing komen. Daarvoor introduceerde het bedrijf de Z-knop, waarmee je het beeld kon centreren en beter zicht kreeg op wat er voor je gebeurde.
In Ocarina of Time ging Nintendo nog een stap verder. Zodra er vijanden in de buurt waren, kon je met de Z-targeting specifiek een tegenstander selecteren. Hierdoor kon je je volledig op het gevecht richten zonder voortdurend zelf de camera te hoeven bijstellen. Een slimme oplossing die destijds ontzettend goed werkte, maar inmiddels ook laat zien hoe de besturing van games zich heeft ontwikkeld.

Zelfs een Klassieker heeft zijn gebreken
En daarmee komen we bij een van de belangrijkste redenen waarom een remake wat mij betreft meer dan welkom is. Hoewel ik ontzettend veel van Ocarina of Time houd en de game een belangrijk onderdeel van mijn jeugd is geweest, merkte ik tijdens het opnieuw spelen dat de besturing misschien wel een grotere vijand is dan Ganondorf.
De controls zijn inmiddels zo verouderd dat ik steeds vaker met de besturing aan het ruziën was dan dat ik daadwerkelijk moeite had met het verslaan van een vijand. Die had wat dat betreft soms een flinke voorsprong.
Gelukkig ken ik de game inmiddels goed genoeg om te weten dat er alternatieve manieren zijn om bepaalde vijanden aan te pakken. Toch is het jammer dat je soms meer bezig bent met de bediening dan met het avontuur zelf.
Dat neemt overigens niet weg dat een moderne besturing een enorme verbetering zou zijn. Juist daarom vind ik dat Ocarina of Time een remake verdient. Niet omdat het origineel zijn charme verloren heeft, maar omdat sommige onderdelen simpelweg toe zijn aan een modernisering.

Waarom Hyrule nog steeds een bezoek waard is
Dat is ongetwijfeld een vraag die bij je opkomt, zeker met de komst van de remake. Er kunnen natuurlijk allerlei redenen zijn om het origineel nog eens op te pakken. Misschien heb je geen Switch 2 of zijn er andere redenen waarom je niet overstapt naar Nintendo’s nieuwste hybride console.
Ondanks de verouderde besturing vind ik nog steeds dat iedereen het origineel een keer gespeeld moet hebben. Ik ben namelijk nog altijd verknocht aan deze game, die een heel genre mede op de kaart heeft gezet en waar ontwikkelaars jaren later nog steeds inspiratie uit halen.
Het is uiteindelijk de complete beleving. Van het verhaal dat je door de verschillende gebieden van Hyrule leidt tot de merkwaardige personages die je onderweg tegenkomt. En natuurlijk de vele kerkers en tempels die je als speler uitdagen om verder te kijken dan alleen het zwaard dat je bij je draagt.
Tijdens het opnieuw spelen merkte ik bovendien hoeveel ik me eigenlijk nog kon herinneren. Van easter eggs en Skulltula’s tot de complete aanpak van specifieke gebeurtenissen. Denk bijvoorbeeld aan het vrijspelen van grotere zakken voor je bommen en Deku Seeds, en dat allemaal op zo’n manier dat je niet onnodig tien keer door Hyrule hoeft te reizen.
Het is bijzonder om te merken hoeveel van die kennis na al die jaren nog steeds ergens in je geheugen zit.

Een erfenis die blijft voortleven
Een traditioneel reviewcijfer ga ik deze game dan ook niet geven. Om heel eerlijk te zijn, vind ik dat bijna onmogelijk. De game zou vandaag de dag immers niet dezelfde score krijgen als destijds. Dat betekent niet dat het origineel toen geen gebreken had, maar we waren destijds simpelweg gewend aan de beperkingen van de hardware en de besturing.
Geloof me: Super Mario 64 was destijds een nog veel grotere uitdaging om onder de knie te krijgen. Dat kwam voor een groot deel door de besturing.
Wat dat betreft is het alleen maar mooi dat de remake van Ocarina of Time niet alleen voor ons als spelers wordt gemaakt, maar ook een nieuwe generatie ontwikkelaars bij Nintendo de kans geeft om inspiratie op te doen. Producent Eiji Aonuma liet onlangs weten dat jonge ontwikkelaars aan de remake mochten werken om inspiratie op te doen voor toekomstige Zelda-games.
En dat vind ik misschien wel het mooiste aan deze Klassieker. Een game die bijna drie decennia geleden al voor inspiratie zorgde, krijgt nu de kans om een compleet nieuwe generatie ontwikkelaars te inspireren.
Laten we hopen dat de remake ervoor zorgt dat niet alleen deze ontwikkelaars geïnspireerd raken, maar dat ook de rest van de game-industrie meekijkt!