Ik run een kleine Nederlandse webshop in retro games en consoles, en ik laat alles zelf door mijn handen gaan. Dit is wat ik zie als ik tel in plaats van gok.
Mensen denken vaak dat een retrospel waardevol wordt omdat het oud is, of omdat het een goede game was. In mijn winkel klopt dat geen van beide. Wat een spel geld waard maakt, is hoeveel er ooit van gedrukt zijn, of het compleet is, en in welke staat het verkeert. En het goedkope spul blijft niet liggen omdat niemand het wil, maar door een vaste kost die niets met de game te maken heeft. Hieronder leg ik uit hoe dat werkt, met de cijfers van mijn eigen plank erbij.
Wat mijn teller zegt, en het gaat tegen je gevoel in
Als je vraagt welke prijsband het slechtst verkoopt, zeggen de meeste mensen: de dure spellen. Bij mij is het precies andersom. Onderstaande telling is een momentopname van begin augustus 2026, dus niet de voorraad van vandaag. Ik heb hem wel gecorrigeerd voor hoe lang elk item te koop stond, anders vergelijk je een spel dat er een week ligt met eentje dat er een jaar staat.
| Prijsklasse | Aantal items | Verkocht |
|---|---|---|
| Onder € 2 | 36 | 0% |
| € 2 – € 4,99 | 151 | 7% |
| € 5 – € 9,99 | 259 | 23% |
| € 10 – € 24,99 | 198 | 33% |
| € 25 – € 49,99 | 65 | 52% |
| € 50 en hoger | 56 | 59% |
| Totaal | 765 | — |
De klim loopt bijna de hele tabel door, en de goedkoopste band verkoopt het slechtst. Van de 36 spullen onder de twee euro heeft er nog nooit eentje een koper gevonden. De onzekerheid is klein op de goedkope en middenbanden (rond de twee tot drie procentpunt) en loopt op naar de dure kant, waar minder items liggen. De sprong van de middenband naar de dure band is te groot om toeval te zijn. Alleen de allerlaatste stap, van 25 tot 50 naar 50 en op, valt binnen die onzekerheid, dus daar durf ik geen volgorde aan te hangen. Wat wel vaststaat: het goedkope deel van de plank doet bijna niets, en het dure deel draagt de winkel.
Het goedkope blijft liggen door de verzending, niet door het spel
De reden dat een spel van een paar euro blijft liggen, zit niet in het spel maar in de doos eromheen. Een game naar een klant in Nederland sturen kost minimaal 3,85 euro aan verzending. Op een spel van 1,99 euro is dat 193 procent erbovenop: de verpakking en de bezorging kosten meer dan wat erin zit. Onder een bepaalde prijs betekent goedkoop dan geen koopje meer, maar een slechte deal.
Die verzendkost verdien ik er niet aan. Ik prijs hem om te dekken wat een pakket echt kost. Het tarief loopt in zes staffels naar gewicht en formaat, en gemiddeld komt het op 5,43 euro per order uit. Een klant voelt dat feilloos aan. Er is trouwens een oud veldexperiment op eBay met cd’s en Xbox-games (Hossain en Morgan, 2006) dat hetzelfde patroon liet zien. Kopers negeren de verzendkosten tot ze buitensporig worden, en dan kantelt het: ineens reageren ze er fel op. Het is oud en het ging om veilingen, dus ik gebruik het als beeld en niet als getal. Maar het klopt met wat ik dagelijks zie: het goedkope spel verliest niet op wenselijkheid, het verliest op een vaste kost die niets met de game te maken heeft.
Waarom het ene spel duur is en het andere niet
Waarde is voor een groot deel een verhaal over oplage. De grote titels op de best verkochte consoles zijn in zulke enorme aantallen gedrukt dat het aanbod de vraag ruim overtreft, en juist daarom zijn ze goedkoop. De PlayStation 2 is de best verkochte console ooit, en de populaire spellen daarvoor liggen overal. Dat is precies het massaal gedrukte, betaalbare deel waar je als verzamelaar goedkoop kunt opbouwen. Wie zo’n verzameling wil aanleggen zonder meteen diep te gaan, kan bij mij bijvoorbeeld retro PlayStation-games kopen uit die brede middenmoot.
Tussen dat massaspul zitten wel uitschieters die tientallen euro’s waard zijn, en dat zijn bijna altijd de titels waarvan er weinig gedrukt of bewaard zijn. Zeldzaam blijft duur, massaal gedrukt wordt goedkoop, hoe goed het spel zelf ook is. Oude Nintendo is in mijn hele catalogus de waardevastste hoek. Dat is een waarneming van nu, geen belofte dat het altijd zo blijft, maar het houdt al een tijd stand.
Compleetheid en staat lees je van het ding zelf af
Naast oplage bepalen compleetheid en staat de rest. Een compleet doosje met boekje erbij kan de waarde van een spel zomaar verdubbelen. Losse sport- en puzzelgames voor de Game Boy blijven daarentegen vaak onder de tien euro, een paar euro per stuk. Hetzelfde spel, twee compleet verschillende prijzen, alleen door wat er wel of niet omheen zit.
Staat telt net zo hard. Gebruikssporen, een kras, een missend klepje: het drukt allemaal de prijs. En het mooie is dat je dat van het toestel zelf kunt aflezen, niet van de advertentietekst. Twee foto’s van een groene Game Boy Pocket die door mijn handen ging, laten zien wat ik bedoel.

Bijschrift: De voorkant van een groene Game Boy Pocket die door mijn handen ging. Onder het scherm staat GAME BOY pocket, boven het richtingskruis het in het plastic geperste Nintendo-logo. Het scherm draagt vingerafdrukken en een lichte waas. Dat soort gebruikssporen zie je op de foto, en ze wegen mee in wat zo’n toestel waard is.

Bijschrift: De achterkant van hetzelfde toestel. Op het zilveren label staat MODEL NO. MGB-001, BATTERY DC3V LR03(AAA)x2, copyright 1989-1996 Nintendo en MADE IN CHINA. Rechtsonder de code C/MGB-NOE, de aanduiding voor een Europese uitgave. Het serienummer MH13753033 staat er los boven. Het groene batterijklepje ligt ernaast, het vak neemt twee AAA-batterijen. Hier lees je af wat je in handen hebt: model, markt en staat staan op het ding zelf.
Als je zoiets in handen hebt, hoef je niet te gokken. Het model, de markt en de staat staan er letterlijk op. Dat is waarom ik alles zelf test en schoonmaak voordat het de deur uitgaat: de waarde zit in het exemplaar, en dat kun je alleen zien als je het vasthoudt.
Wat dit betekent voor koper en verkoper
Voor de verzamelaar zit de winst niet in duur kopen, maar in stapelen. In mijn cijfers is één artikel per keer goed voor 66 procent van de orders, en daar houd ik 6 tot 8 euro aan over, voordat de vaste lasten eraf gaan. Orders met tien of meer artikelen zijn maar 7 procent van het totaal. Toch dragen die paar bestellingen samen meer productwaarde dan alle eenpitters bij elkaar, en leveren ze 150 tot 185 euro per order.
Het is een handjevol bestellingen, dus lees het als een richting en niet als een hard cijfer. Het mechanisme klopt wel met sectie twee: als je één verzendkost over veel spellen deelt, versla je precies het probleem dat het goedkope spel de das omdoet. Dezelfde vaste kost, alleen dan van de andere kant bekeken.
Voor wie iets van zolder haalt geldt de omgekeerde les. Kijk niet naar hoe oud het is en niet naar of je het een goed spel vond, maar naar oplage, compleetheid en staat. Een zeldzame titel in een compleet doosje kan een verrassing zijn. Een stapel losse, veelverkochte sportgames blijft een paar-euro-hoek, hoe leuk je ze vroeger ook vond.
En ik wil eerlijk zijn over de grens van mijn eigen meting. Ik noem “wenselijkheid” als dat wat overblijft nadat je het verzendverhaal eraf haalt, maar ik heb dat niet apart gemeten. Het is geen knop die je omzet. Wat logisch overeind blijft, is dat een goedkoop spel duurder maken het niet meer gewild maakt. Het schuift alleen op dezelfde ladder omhoog. Dit is een verzamel- en bundelverhaal, geen prijsverhaal.